Over mij

Na de lerarenopleiding in Amsterdam koos ik voor de journalistiek; werk in het onderwijs was in die jaren schaars. Inmiddels verdien ik ruim dertig jaar de kost als freelanceschrijfster, en daarnaast stond ik twaalf jaar voor de klas in de onderbouw van de middelbare school. De liefde bracht me naar Zeeland. Ik herinner me nog het eerste weidse uitzicht over de Oosterschelde, hoog op de Zeelandbrug waar je toen nog tol moest betalen. Ik leerde mosselen en oesters eten en ging in Zeeland schrijven over de zilte producten uit zee, en over de vissers en schelpdierkwekers die op zee en op de Zeeuwse wateren hun brood verdienen. Sinds 2005 verschenen zo een tiental boeken en publicaties over schelpdieren, zeevruchten en innovaties in de visserij en aquacultuur.

In de loop der jaren bleef het visserijthema centraal staan en verbreedde mijn onderzoek zich naar het verhaal van de vissers van de Zuiderzee en het IJsselmeer ('Vissen op een zoete zee', 2008). Het onderzoek naar de geschiedenis van de Nederlandse visserij ('Met de kop in de wind', 2019) beschrijft honderd jaar innovatie in familiebedrijven, bedrijven die vanuit Nederlandse havens vissen op de Noordzee, de Waddenzee en verder weg.

Landelijk verschenen onlangs 'Het Oesterboek' (2022) en 'Stoere kost' (2024). 'Het Oesterboek' gaat over dit oeroude schelpdier dat een haast magische uitstraling heeft gekregen. Oesters zouden als afrodisiacum werken (zie 'Het oestermeisje' van Jan Steen); platte oesters worden al sinds mensenheugenis in de Zeeuwse wateren gevist en sinds 150 jaar gekweekt. In Yerseke, aan de 'schelpdierboulevard', zijn ze in allerlei vormen en smaken te proeven. Het kookboek 'Stoere kost' bundelt scheepsgerechten van de Rijksrederij, met honderd werkschepen de grootste rederij van Nederland. Die schepen voeren handhavings- en patrouilletaken uit op zee (Kustwacht), meten water- en bodemkwaliteit, houden toezicht op de vaarwegen en verrichten visserijonderzoek. De scheepskoks droegen bijzondere recepten bij, zoals Groninger rijsttafel met stroopsaus, Portugese stoofpot en Limburgse nonnenvot.

Mijn nieuwe onderzoek richt zich op Noordoost-Friesland, waar mijn overgrootmoeder, zelf een vissersvrouw, haar leven lang in de visserij werkte.